Canada en de EU: wat ‘geassocieerd lidmaatschap’ verenigingsprofessionals leert

Geplaatst op:

“Participatie kan breed en strategisch zijn, maar zeggenschap vraagt om een heldere legitimatie.”

Wat heeft de relatie tussen Canada en de Europese Unie met verenigingsmanagement te maken? Meer dan je misschien denkt. De periode begin september tot medio oktober is er binnen Europa een van parlementen die terugkeren van het zomerreces, koninklijke Troonredes en presidentiële State of the Unions die het parlementaire jaar aftrappen. Voor brancheorganisaties begint het ‘politieke seizoen’. Dat is ook waarom veel Europese lobby- en belangenorganisaties hun beleidsactiviteiten, parlementaire recepties en position papers juist rond deze periode plannen.

De Europese ‘State of the Union’ van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen veroorzaakte de afgelopen week veel discussie in Straatsburg en Brussel, naar aanleiding van de aankondiging over Canada als mogelijk eerste ‘geassocieerd lid’ van de Europese Unie. Voor verenigingsprofessionals roept juist dat begrip meteen een herkenbare vraag op: wat betekent het om wel nauw verbonden te zijn, maar niet volledig tot de kern van het lidmaatschap te behoren? Het leidde onder meer tot gefronste wenkbrauwen bij de negen officiële kandidaat-lidstaten in de wachtrij voor de Europese Unie: Albanië, Bosnië en Herzegovina, Georgië, Moldavië, Montenegro, Noord-Macedonië, Servië, Kosovo, Turkije en Oekraïne.

‘Middle Powers’ verenigt U

De kandidatuur van deze negen is onderling sterk verschillend, maar na de historische speech van de Canadese Premier Mark Carney tijdens het World Economic Forum in Davos begin dit jaar, en de ontwikkelingen daarna, hebben de EU en Canada elkaar als ‘Middle Powers’ gevonden als antwoord op de geopolitieke spierballentaal van de VS, China en (in mindere mate) Rusland.

Dat klinkt op het eerste gezicht inderdaad als grote geopolitiek. Canada en Europa zoeken elkaar nadrukkelijker op in een wereld waarin economische veiligheid, defensie-industrie, kritieke grondstoffen, technologie, energie en de Arctische regio steeds strategischer worden. En ook de historische, economische en culturele verbondenheid is van belang. De grootste vereniging van Europa, met meer dan 450 miljoen leden, zou bijna de half miljard gaan aantikken. Als volwaardig lid van de EU zou Canada de nummer 5 worden qua inwonertal, en de nummer 4 (tussen Spanje en Italië) qua bruto binnenlands product. Wat betreft landoppervlak en de bijbehorende natuurlijke hulpbronnen is Canada alleen al, met bijna 10 miljoen km², meer dan twee keer zo groot als de EU-27.

Inclusief de Britse roots heeft meer dan 50% van de Canadese inwoners een Europese etnische achtergrond (met name Engels, Frans, Iers, Schots, Duits, Italiaans, Oekraïens, Nederlands en Pools). Na Australië werd Canada onlangs als tweede overzees lid toegelaten tot het Eurovisie Songfestival. De Canadese premier was ooit Gouverneur van de Bank of England. Ondanks Brexit bestaat er geen twijfel of Canada’s Europese oriëntatie.

Maar, gesteld dat ze dit al zouden willen, positioneert dit Canada als 28e lidstaat van de EU? En is Europa bereid om haar bereik te vergroten tot de overkant van de Atlantische oceaan, als de Noordzee al een stap te ver bleek voor één lid, en iets verderop, IJsland recent nog tegen de onderhandelingen over EU-toetreding stemde? En als we ons realiseren dat op dit moment het verdrag inzake de „Comprehensive Economic and Trade Agreement“, uit 2017, tussen de EU en Canada (CETA) nog altijd niet is geratificeerd door 10 van de 27 lidstaten?

Hoe kijken we hiernaar vanuit het perspectief van de Verenigingsprofessional?

Juist daarom is deze discussie ook interessant voor verenigingsprofessionals. Want achter de diplomatieke taal schuilt een herkenbaar governance vraagstuk: hoe verbind je een waardevolle partner nauwer aan je organisatie, zonder hem meteen volwaardig lid te maken?

Dat is precies de afweging die verenigingen en brancheorganisaties dagelijks maken. Niet iedereen die strategisch relevant is, behoort automatisch tot de kernachterban. Leveranciers, kennisinstellingen, zusterorganisaties, internationale partners of aangrenzende sectoren kunnen veel waarde toevoegen, maar dat betekent niet altijd dat zij ook automatisch volledig moeten meebeslissen over beleid, begroting, statuten of bestuur. Tegelijk is de praktijk minder zwart-wit dan vaak wordt gedacht: in verschillende organisaties hebben geassocieerde leden wél een vorm van stemrecht, bijvoorbeeld beperkt tot bepaalde onderwerpen, kamers of secties. Ook zien we dat geassocieerde of bijzondere leden soms worden opgewaardeerd tot gewoon lidmaatschap wanneer marktontwikkelingen de grenzen van een sector doen verschuiven. Daarom kennen veel verenigingen naast het gewone lidmaatschap aanvullende vormen zoals aspirant, geassocieerd, geaffilieerd of buitengewoon lidmaatschap.

De mogelijke EU-status voor Canada laat zien hoe actueel dit onderscheid is. Canada is geen Europees land en zoekt geen gewone toetreding tot de EU. Tegelijk is Canada meer dan een externe stakeholder: het deelt waarden met Europa, is economisch en strategisch sterk verbonden met het continent en is, net als veel EU-lidstaten, lid van de NAVO. Een eventuele associatiestatus zou daarom geen alternatief zijn voor NAVO-lidmaatschap, maar een civiel-economische verdieping van een bestaande trans-Atlantische veiligheidsrelatie.

In verenigingstaal: Canada zou niet automatisch een volledig stemgerechtigd kernlid worden, maar mogelijk een uitzonderlijk nauw verbonden geassocieerd lid met specifieke participatie- of invloedrechten. De vraag is dan niet alleen óf Canada mag meepraten, maar vooral op welke onderwerpen, met welke rechten en onder welke voorwaarden die positie op termijn zou kunnen evolueren.

Lessen voor de verenigingsprofessional

Voor professionele verenigingsgovernance is dat de kernles. Lidmaatschapsvormen zijn geen administratieve labels, maar instrumenten om nabijheid, invloed en verantwoordelijkheid zorgvuldig te doseren. Een aspirant-lidmaatschap creëert een veilige route naar volwaardig lidmaatschap. Een geassocieerd lidmaatschap maakt structurele betrokkenheid mogelijk, soms zonder stemrecht, soms met beperkte of thematische stemrechten. Een buitengewoon lidmaatschap biedt ruimte voor maatwerk wanneer een partij waarde toevoegt, maar niet volledig binnen de statutaire doelgroep past. En in dynamische markten moet governance bovendien kunnen meebewegen: wat vandaag nog een aangrenzende partner is, kan morgen tot de kern van de sector behoren.

De best practice is dus niet om zoveel mogelijk categorieën te verzinnen, maar om per categorie glashelder te definiëren: wie komt ervoor in aanmerking, welke rechten horen erbij, welke plichten gelden, welke toegang wordt geboden, waar ligt de grens tussen meepraten en meebeslissen, en onder welke omstandigheden kan een status worden aangepast of opgewaardeerd?

De EU-discussie over Canada maakt op wereldschaal zichtbaar wat in elke goed bestuurde vereniging geldt: participatie kan breed en strategisch zijn, maar zeggenschap vraagt om een heldere legitimatie.

Kort gezegd: verbind waardevolle partners ruimhartig, geef invloed waar die inhoudelijk gerechtvaardigd is, maar zorg dat stemrecht, doorgroei en besluitvorming steeds helder zijn verankerd in de legitimiteit van de organisatie.

Jules Lejeune
Algemeen Directeur Lejeune Association Management

Terug naar het overzicht

ISO 9001

Lejeune is ISO 9001:2015 gecertificeerd door EIK certificering, certificeerder voor kennisintensieve dienstverlening.

ISO 9001

Lejeune is aangesloten bij: