Mariska Zandvliet voorzitter VHT: ‘Corona heeft bepaalde zaken geaccelereerd. Het ketenoverleg voor de Textiel recyclingbranche is daar een goed voorbeeld van.’

Sinds 2019 vervult Mariska Zandvliet haar co-voorzitterschap voor VHT. Daarnaast is zij in 2019 president van EuRIC Textiles geworden. Het is een vrouw met veel kennis en ervaring in de textiel recyclingbranche door haar werk binnen Boer Group. Deze kennis en ervaring zet ze nu in om haar branche te vertegenwoordigen bij de Nederlandse en Europese beleidsmakers, maar ook om de hele keten, eindgebruikers en consumenten bewust te maken van de acties die moeten worden ondernomen om de textielrecycling te verbeteren.

Interview door: Ria Luitjes
Foto's: Mariksa Zandvliet

Wie is Mariska? Vertel eens over jezelf en hoe je in de branche terecht bent gekomen?

‘Ik woon net over de grens in België samen met mijn man en onze twee kinderen. Ik heb de Hogeschool voor Toerisme gedaan. Na mijn opleiding organiseerde en verzorgde ik grote landelijke evenementen. Dat werk vond ik superleuk maar ook steeds heftiger. Je bent namelijk jaar in jaar uit met Kerst en Oud & Nieuw aan het werk, denk dan aan events zoals Disney on Ice. Na vijf jaar vond ik het tijd om te veranderen en ben ik gaan solliciteren. Tijdens dat proces stelde mijn vader mij de vraag of ik niet in het familiebedrijf wilde komen werken. Ik moest daar wel even over nadenken. Ik realiseerde mij dat er genoeg te doen was in dit groeiende bedrijf en heb ja gezegd. En ik voelde me best wel vereerd dat mijn vader me vroeg, want het zegt iets over zijn inschatting van mijn capaciteiten.

Nu werk ik al meer dan 20 jaar voor Boer Group, zoals ons familiebedrijf heet. Ik ben gestart in verschillende functies en ben uiteindelijk 15 jaar lang HR-directeur geweest. We hebben vestigingen in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Ons hoofdkantoor zit in Dordrecht. Het is van oorsprong een textiel-sorteer bedrijf dat zich in de laatste 15/20 jaar ontwikkeld heeft tot een grote organisatie die zowel textiel inzamelt, sorteert voor hergebruik als recyclet. Begin 2020 ben ik van functie veranderd. Nu combineer ik de bedrijfscommunicatie voor Boer Group met belangenbehartiging voor het bedrijf en de sector. Mijn functie is zo in gericht dat ik de ruimte heb voor het duovoorzitterschap van de VHT, maar ook om de belangen te behartigen voor onze branche in Europa als president van EuRIC Textiles. Ik voel mij in deze rol als een vis in het water. Het is verfrissend en heel mooi als je de ervaring die je vanuit je eigen organisatie hebt opgedaan mag gaan vertellen. Wij hebben natuurlijk als bedrijf en als branche een verhaal te vertellen.’ 

VHT textiel Mariska Zandvliet Lejeune

Samen met Hans Bon verzorg je het voorzittersfunctie bij VHT, vanwaar de duofunctie?

‘Hans Brak, de vorige voorzitter VHT, kondigde twee jaar geleden aan dat hij wilde stoppen. Hans Bon wilde wel voorzitter worden, maar niet alleen. Hij had daar de tijd niet voor naast zijn drukke bedrijf. Ik heb toen voorgesteld om het samen te doen. Ik ben het gezicht naar buiten en Hans is intern gericht naar de leden. We sparren veel en zijn een klankbord voor elkaar. Beslissingen nemen we samen. Ik vind het eigenlijk wel een geslaagde oplossing voor dit moment.’ 

EuRIC Textiles, wat houdt dit in en hoe ben je president geworden?

‘EuRIC is een Europese parapluorganisatie waar meerdere afvalstromen in vertegenwoordigd zijn. Een organisatie die zich voornamelijk richt op het lobbyen en netwerken binnen de ‘Brusselse bubbel’, zoals het zo mooi heet. in 2019 kwam ik erachter dat metaal, papier en plastic vertegenwoordigd is en textiel niet. Voor onze branche is het belangrijk dat we een stem in Europa hebben. Prima dat we hier in Nederland de beleidsvorming kunnen beïnvloeden, maar die kijken ook naar wat de Europese Commissie doet en hoe dat eruit ziet. Ik ben in contact gekomen met Emmanuel Katrakis, secretaris-generaal van EuRIC. Toen ging het eigenlijk heel snel, want hij vond het heel logisch dat een  textieltak binnen EuRIC opgericht moest worden. Textiel staat immers hoog op de politieke agenda van de EU Commissie en het Parlement. Inmiddels hebben we 11 lidstaten die bij  EuRIC Textiles zijn aangesloten. De landen die een rol van betekenis spelen op het gebied van textielrecycling zijn vertegenwoordigd. Het gaat dus supergoed. Het is uiteenlopend werk, van één-op-één gesprekken met de commissieleden, waaronder overleg met Vice-voorzitter Frans Timmermans, tot het publiceren van allerlei ‘position papers’ op het gebied van textiel recycling.’

‘Voor de productie van één spijkerbroek is 8.000 liter water nodig’

Wat zijn belangrijke ontwikkelingen in de Textielbranche?

Ik begin even bij het begin. De textiel-, of eigenlijk de kledingconsumptie, is in de afgelopen twee decennia verdubbeld. Dat zorgt voor een enorme berg textielafval en wordt veroorzaakt door ‘fast fashion’ en de opkomst van grote modeketens, maar ook het online shoppen speelt daar een rol in. Er is een gigantische berg textielafval, en de textielproductie is één van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Bijvoorbeeld: voor de productie van één spijkerbroek is 8.000 liter water nodig. De CO2-uitstoot is bizar. Het is meer dan de maritieme zeevaart en de luchtvaart bij elkaar opgeteld. Als wij een vliegtuig in de lucht zien liggen, dan leggen we automatisch link met CO2-uitstoot en dan denken we: “daar gaat vervuiling”. Ook kunnen we met een toeslag onze CO2-uitstoot compenseren, maar eigenlijk is dat dus peanuts in vergelijking met de textielindustrie. 

Dus nu naast fly shaming nu ook fashion shaming?

‘Ja, zo zou je het kunnen zeggen. De fashion industrie heeft te maken met een groeiend imagoprobleem en dat wordt ook wel gezien. De Ellen MacArthur Foundation is al jaren bezig met onderzoek om dit soort feiten aan de kaak te stellen. Zo is het voor producenten standaard om 30% over te produceren. Dit heeft te maken met voldoende voorraden hebben. Je weet niet van tevoren welke collecties wel en niet goed gaan lopen, dus wil men gewoon altijd voldoende op de plank hebben liggen. Deze kleding wordt dus nooit gedragen. 

VHT textiel sorteren Lejeune Automatisch ben ik mij gaan verdiepen in hoeveel van het afgedankte textiel er ingezameld wordt. In Nederland is dat zo'n 140 miljoen kilo per jaar. Dit komt neer op 46% , dus ongeveer de helft. Nederland doet het, samen met België en Duitsland, best heel goed. Maar in Spanje of Italië wordt maar 10% van al het afgedankte textiel ingezameld. In deze landen is dus nog heel veel te winnen. Na 2025 komt er een nieuwe wetgeving. Deze wetgeving stelt dat in alle Europese lidstaten aparte inzamelingsystemen voor textiel moeten komen, dus het volume ingezameld textiel gaat omhoog. Tussen 2025 en 2029 (ruime inschatting) ligt deze groei ergens tussen de 50 en 90%. We moeten dus ook gaan kijken of onze huidige inzamel- en sorteerinfrastructuur daar nog op berekend is. Kunnen we dat aan? Het antwoord is nee. Voor de branche betekent dit dat er snel geïnvesteerd gaat worden in inzameling, sortering en recycling.

Ca. 50-60% van het textiel dat ingezameld wordt, kan worden herdragen of opnieuw gebruikt worden. 30-40% is daar niet geschikt voor. Het is dan of vervuild, versleten, zitten gaten in, noem het maar op. Dat wordt voor een deel gerecycled als poetslap, maar ook mechanisch gerecycled, dan worden er kleine snippers van gemaakt. Die textielvezels worden geperst en toegepast in bijvoorbeeld onderdelen van auto's, zoals hoedenplanken. Maar ook wordt deze grondstof verwerkt tot isolatiemateriaal voor in witgoed. Hele mooie duurzame oplossingen, maar ook kostbare oplossingen, omdat er niet veel vraag is naar gerecycleerde vezels. De oorzaak ligt bij de kwaliteit van het recycleproces dat eraan voorafgaat en het is gewoon duurder dan virgin material, nieuw verse grondstoffen.

'Van linair naar een circulair proces'

Kijken we naar de afvalhiërarchie, dan komt hergebruik voor recycling, dus je moet het echt zolang mogelijk opnieuw dragen en hergebruiken. Dit is een lineair proces.  en waar je uiteindelijk naar toe wil, is een circulair proces. We willen en moeten naar een situatie waarbij je textielvezels gebruikt; polyester, katoen of viscose. Die kan je gebruiken in nieuwe textielproducten en nieuwe kleding. Er zijn hiervoor al hele mooie methodes ontwikkeld: chemische recycling. Dat klinkt heel eng, maar dat is het niet. Het kledingstuk of het textielproduct wordt in een soort van bad gelegd, waarbij de vezels uit elkaar geweekt worden in plaats van versnipperd. De lengte van de vezel blijft behouden. In combinatie met een virgin material kun je zo weer sterk en kwalitatief goed textiel maken. Hier moet in de toekomst gewoon veel in geïnvesteerd worden om dit industrieel op te schalen.

Het staat of valt met vraag. Er moet wel een afnemer zijn die zegt: “ik wil die vezel van je kopen en ik wil je daar ook goed voor betalen”. De textielfabrieken moeten in plaats van lineair, circulair gaan worden. Sommigen doen het al goed, maar de meesten doen het toch voor een stukje window dressing, ook bekend als greenwashing. Marketingtechnisch is het een mooi verhaal. Er is een wettelijk kader nodig zoals: “vanaf 2025 moet er in alle textielproducten minimaal 25% gerecycled content zitten.” Dit staat overigens ook in ons beleidsprogramma ‘Circulair textiel 2025’. Het stimuleert producenten om na te denken over de recyclebaarheid van een kledingstuk aan het einde van de levensduur én in de ontwerpfase; Ecodesign. We kunnen niet verwachten dat we alles in één keer gaan oplossen. Alleen, het is wel heel belangrijk dat producenten en verwerkers aan het einde van de keten met elkaar in gesprek gaan en bepalen waar de belangen liggen.’

Een grote rol voor beleidsmakers en de productieindustrie. Welke rol speelt de consument hierin?

‘Een hele belangrijke, ook de consument moeten we meenemen in de bewustwording. Tegenwoordig maken we al vaak bewuste keuzes als gaat om het aankopen van voeding, maar met kleding is dit nog niet altijd het geval. De jongere generaties zijn wel meer bezig met secondhand, door het kopen van tweedehands kleding. Er is een groeiend bewustzijn dat de fashion industrie heel vervuilend is, maar het is te lang onder de radar gebleven.’

Wat heeft corona betekend voor VHT?

‘In maart 2020 hebben we best wel een penibele situatie gehad door corona. Door de lockdowns is men in andere Europese landen gestopt met het inzamelen van textiel. Textielbakken zijn als het ware op slot gegaan. Om twee redenen, één: omdat de toevoer veel te groot werd. Mensen gingen niet alleen de kast opruimen, maar ook de kelders en zolders. Alles waarvan ze ook maar enigszins het idee van hadden ‘dat zou best wel bij textiel kunnen horen’ kwam in de textielbakken terecht. Ik heb zelfs een strijkplank naast een textielbak zien staan. De tweede reden: door de wereldwijde lockdown waren veel tweedehands textiel markten, zoals in Oost-Europa, op een gegeven moment gesloten. De winkels waren dicht dus de groothandels zaten met gigantische voorraden. Inzamel en sorteerbedrijven in Nederland gingen wel door, met als gevolg ook volle loodsen met textiel in Nederland. Textielverwerking valt voor de overheid als afvalverwerking onder de cruciale beroepsgroepen. Zij heeft dus een belang dat het werk doorgaat. Dit was voor ons het haakje om in gesprek te gaan met de overheid. Iedere drie weken hadden we crisisoverleg, ook om te kijken waar financiële steun nodig is om bedrijven overeind te houden. In augustus/september 2020 zagen we dat de markten weer geleidelijk opengingen en men de textiel en kleding weer kon afzetten voor hergebruik.

VHT textiel loodsen in corona Lejeune

Dus ja, in het begin hebben we veel last ondervonden van de gevolgen van corona. Uiteindelijk hebben we het toch ook aangegrepen om de kennis over onze sector te vergroten en hierover te informeren. Het crisisoverleg is overgegaan in het ketenoverleg waar we nu als VHT met verschillende ketenpartners aan deelnemen, met als doel om het ‘beleidsprogramma circulair textiel’ te implementeren. Hoe gaan we zorgen dat die keten circulair kan worden in samenwerking met de producenten? Want zij zitten nu ook aan tafel en dat is fijn. Corona heeft bepaalde zaken geaccelereerd, dit ketenoverleg is daar een goed voorbeeld van.’  

Wat betekent de dienstverlening van Lejeune voor VHT?

‘Ik hecht er veel waarde aan dat we met VHT klant zijn bij Lejeune Association Management. Om in Jules woorden te blijven: 'wij zien Lejeune als het recycling huis'. Het is heel fijn om met meerdere brancheverenigingen, die werkzaam zijn in de afvalstromen, samen bij Lejeune te zitten. De synergie is prettig en je kunt ervaringen uitwisselen over hoe zaken bij andere verenigingen verlopen. Ook als het gaat over kennis van producentenverantwoordelijkheid, zoals we die al zien in de verpakkingsindustrie. Wij zijn als organisatie nu druk bezig met de professionaliseringsslag en dan is het goed om te weten dat wij altijd een vangnet hebben voor extra ondersteuning, als dat nodig is.’

'Binnen vijf jaar van 1% naar 10% hoogwaardige recycling'

Hoe ziet de wereld voor de textiel recyclingbranche er over vijf jaar uit?

‘Ik ben ervan overtuigd dat het hele speelveld van onze sector er over vijf jaar heel anders ziet. Er worden op dit moment namelijk wettelijke kaders ontwikkeld waarbij een beroep gedaan wordt op de producentenverantwoordelijkheid. Vanuit uit onze sector focussen we op drie pijlers waar we invloed op kunnen uitoefenen: 

-        Eén is dat er weer degelijke, duurzame kleding geproduceerd wordt. Dus weg van het fast fashion concept, het shirtje van € 2,00 dat na drie keer wassen de prullenbak ingaat. Het bevordert de draagbaarheid en met een langere levensduur duurt het langer voordat het kledingstuk op de afvalberg terechtkomt.

-        Twee is het Ecodesign: ontwerpers zijn zich bewust van welke stoffen wel en niet goed zijn om te recyclen en weten hoe ze er mee om moeten gaan.

-        Drie is dat over vijf jaar de vraag naar gerecyclede vezels uit post-consumer textiel is toegenomen en dat er daardoor nieuwe verdienmodellen kunnen ontstaan.

Op dit moment wordt slechts 1% hoogwaardig oftewel van vezel-tot-vezel gerecycled. Wij zouden graag zien dat dit percentage door groeiende vraag en verbeterde kwaliteit binnen vijf jaar op 10% zit.’

 

Meer interviews met voorzitters van brancheverenigingen.
Roel Seele vz. EFTA Benelux
Evert Smit president Afera